Week 4-3e zondag van Epifanie-21-1-18

BWV 0248 6-01 Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben, Cantate voor Epifanie, Joh.S. Bach
Een inwoner van Misrata, Libië, belt met zijn familie in het buitenland. (Foto: WCC)
Voorbeden van de Wereldraad van Kerken voor Algerije, Libië, Marokko, West-Sahara en Tunesië, op zo. 21 januari 2018 tot za.27- januari 2018
Dank voor:
•Het getuigenis van de heilige Augustinus en
andere theologen van de vroege kerk.
•De ruwe schoonheid van de woestijn.
•De kleine minderheid van christenen die leven in liefde en trouw en zo getuigen van het evangelie.


Bid voor:
•Een einde aan de gewapende aanvallen en gevechten in Libië.
•Een openheid die de verschillen erkent en waardeert, vooral onder religies.
•Kinderen en jongeren, die meer dan de helft van de bevolking van deze landen vormen.
•Degenen die moeten leven met de aanwezigheid en de impact van landmijnen, in het bijzonder in Libië.
•Degenen die hun leven riskeren en de zee over- steken om zo toegang tot Europa te krijgen.

Algerije, Libië, Marokko, West-Sahara en Tunesië - Wereldwijd gedenken

Atlasgebergte in Marokko

Gij, die als leefregel het nieuwe gebod
van de liefde hebt gegeven, 
maak ons tot bouwers van
een saamhorige wereld,
waar oorlog wijkt voor vrede,
waar de cultuur van de dood
plaats maakt voor de inzet voor het leven.
Uit een gebed van Paus Joh. Paulus II

“En of wij Hem nu Allah of de Onuitsprekelijke noemen: 
Is Hij niet de God van ons allen…?” 
(Josy Eisenberg, rabbijn)

Verheerlijking op de berg

Uw Naam worde geheiligd – Zing voor de Heer, allen die Hem
trouw zijn, loof zijn heilige Naam. (Psalm 30:5)

Verheug je omdat jullie naam in de hele opgetekend is. (Lucas 10:20b)
…en niemand zal je je vreugde afnemen. (Johannes 16:22b)

4e zo. Epifanie – Gij die de Heer zoekt verblijdt u van harte;
keert u tot de Heer en zijn macht, zoekt met volharding zijn aanschijn. (Psalm 105)

Gebed:
God die met ons zijt, geef ons in uw goedheid,
dat wij in staat zijn U van harte te eren,
elkaar lief te hebben in alle oprechtheid
en in goede en kwade dagen mens te zijn met U.
(ds. W.R. v.d. Zee)

De Epifaniëntijd wordt afgesloten met de verheerlijking op de berg Tabor, waarin
Jezus verwijst naar zijn opstanding als Hij met drie van zijn discipelen, Petrus, Jacobus
en Johannes van de berg afdaalt en zegt: ‘Vertelt niemand dit gezicht,
voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgestaan.’
De leerlingen vroegen Hem: 'Waarom zeggen de Schriftgeleerden toch dat Elia eerst moet komen?'
Hij antwoordde: 'Elia is al gekomen, ze hebben hem alleen niet herkend.' (Matth. 17:9-12)  

 

Een kleine groep Christenen in Tunis houdt het geloof levend.

Lieve Heer, Gij zegt kom en ik kom, want mijn leven is onder de macht gesteld
van de Heer die mijn dagen en nachten telt en de Heer zegt ‘kom’ en ik kom.
                      
O mijn God, Gij zegt ‘ga’ en ik ga, Gij zegt ‘ga’ en ik ga, laat mij niet alleen,
wees het woord in mijn vlees en de geest om mij heen, wees de adem waaruit ik ontsta.

Want o Heer, ik zeg ‘kom’ en Gij komt, ik zeg ‘kom’ en Gij komt en uw bloed wordt wijn
en uw lichaam brood voor wie hongerig zijn en uw Naam wordt een lied in mijn mond.
(LB 840, Willem Barnard, bij Matth.8:13)


In wereldwijde verbondenheid gedenken wij:


Week 4: Algerije, Libië, Marokko, West-Sahara en Tunesië

All shall be Amen and Alleluia.
We shall rest and we shall see.
We shall see and we shall know.
We shall know and we shall love.
We shall love and we shall praise.
Behold our end which is no end.
(St. Augustine of Hippo)

Alles zal zijn Amen en Halleluja.
We zullen rusten en we zullen zien.
We zullen zien en we zullen weten.
We zullen weten en we zullen liefhebben.
We zullen liefhebben en we zullen prijzen.
Zie ons einde waarin geen einde is. 
(Augustinus van Hippo).


Noord-Afrikaanse landen, waar al vanaf de dagen van Simon van Cyrene een christelijke gemeente was. Lang voordat de Islam hier een nieuwe situatie schiep waren de woonplaatsen van Cyprianus, die als martelaar stierf en kerkvader Augustinus al onder de voet gelopen door binnenvallende nomaden. Volgens Augustinus, geboren in Thagaste in het huidige Tunesië (Nrd.Afrika), houden martelaren ons een ongemakkelijke vraag voor: “Waar leef ik voor en wat is het geloof mij waard?”
'Het geloof, dat nu de 'christelijke religie' heet, bestond reeds bij de Ouden en is er sinds het menselijk geslacht altijd geweest. Totdat Christus zelf in het vlees verscheen. Toen begon men de ware religie, die reeds bestond, christelijk te noemen'. (Augustinus)
“Marhaba - er is veel ruimte voor je”, zegt men in Marokko. Dat blijkt een heel oude Berber-traditie te zijn. De Berbers zijn de oorspronkelijke bevolking van wat nu Marokko heet. Het moet een vriendelijk, gastvrij volk geweest zijn, want inderdaad, iedereen was welkom. In onze tijd kennen we Noord-Afrikanen vooral als gastarbeiders en vredelievende moslims.

Zoals de 6-puntige Davidster het symbool is van integratie (zie wk.1), zo is de 5-puntige Arabische ster het symbool van de Islam, waarvan de vijf zuilen staan voor: 1. Sjahada - geloofsbelijdenis, 2. Salat – 5x per dag bidden, 3. Sawn – vasten in de maand Ramadan, 4. Zahat – het geven van aalmoezen en 5. Hadj – bedevaart naar Mekka. 

Met deze rituelen en verplichtingen tonen Moslims hun dankbaarheid en onderwerping aan God (Islam betekent letterlijk: onderwerping en overgave aan Gods wil) en verbinden zij zich met de Oema, de wereldwijde islamitische gemeenschap.

Gedenken/bidden wij met woorden van kerkvader Augustinus:

Augustinus en zijn moeder Monica

O Heer, laat mij met mijn gedachten en mijn tong U offers
brengen, maar schenk mij allereerst wat ik U offeren kan.
Heer, U bent groot en zeer te prijzen.
Wij willen U loven met een vrolijk hart,
want U hebt ons naar U toe geschapen en
ons hart is onrustig tot het rust vindt in U.

(Augustinus,geb.354 in Tagaste, Nrd.Afrika)


Psalm 42:7 (LB 42) 
Hart, onrustig, vol van zorgen,
vleugellam geslagen ziel,
hoop op God en wees geborgen.
Hij verheft wie nederviel.
Eens verschijn ik voor de Heer,
vindt mijn ziel het danklied weer:
Hij, mijn God, Hij heeft mijn leven
altijd aan de dood ontheven.

 

Verlangen

Jij hebt in ons het verlangen naar ontmoeting gelegd.
Jij weet hoe mensen elkaar kunnen verrijken.
Jij kent de pijn van wie alleen verder moeten gaan.

Altijd weer bloeit het verlangen naar ontmoeting op.
Als een plant in de woestijn, sterker dan de droogte.
Altijd weer zoekt een mens naar een mens.

Jij hebt in ons het verlangen naar ontmoeting gelegd.
Jij hebt ons dorstig gemaakt naar vriendschap en liefde.
Niemand kan leven zonder een woord dat goed doet.

Ons hart is onrustig tot het zal rusten in de ontmoeting.
Ons hart blijft verlangen totdat het antwoord vindt.
Jij die de liefde voor mensen bent,
wordt het verlangen naar ontmoeting.
Jij zult ons verlangen vervullen en voltooien.

(bron onbekend)


Olijvenwinkel in de Medina van Marakesj. Marakesj is een oude koningsstad in het zuiden van Marokko en ligt midden in een oase.
Felicitas en Perpetua waren twee jonge vrouwen die begin derde eeuw in Noord-Afrika de marteldood stierven. Het verhaal van hun laatste levensdagen zou door Perpetua zelf zijn opgetekend.

De marteldood van Perpetua en Felicitas

Vibia Perpetua was een jonge vrouw van aristocratische afkomst. Haar vader was een heiden maar haar moeder en twee broers hadden zich bekeerd tot het christendom. Perpetua zelf en een andere broer waren catechumenen, wat wil zeggen dat ze bezig waren zich voor te bereiden op het doopsel. Perpetua was getrouwd met een man van goede afkomst en samen hadden ze een kind, dat nog een zuigeling was toen Perpetua op 22-jarige leeftijd slachtoffer werd van de christenvervolgingen ingesteld door keizer Septimius Serverus.

Samen met Perpetua werden ook vier anderen gearresteerd: Perpetua’s dienstmeid Felicitas, die hoogzwanger was; een andere slaaf genaamd Revocatus en twee vrije mannen Saturninus en Secundulus. Hun vriend en leraar Saturus voegde zich vrijwillig bij hen in de gevangenis.

Perpetua schreef een verslag van de periode die zij en de andere christenen doorbrachten in de gevangenis van Carthago - Tunesië. Ze beschrijft hoe haar vader haar smeekt het geloof af te zweren om zo haar leven te redden: maar Perpetua en de anderen laten zich niet ompraten. Ze slagen er zelfs in om tijdens hun gevangenschap hun bewaker te bekeren! In de gevangenis schenkt de slavin Felicitas het leven aan een meisje, dat geadopteerd wordt door een vrouw die ook tot de christengemeenschap hoort. In het verslag beschrijft Perpetua ook vier dromen, of visioenen, die ze tijdens haar gevangenschap krijgt en een visioen van Saturus. In de tweede droom ziet Perpetua zichzelf een ladder beklimmen, tot ze bij een vredig groen landschap komt waar schapen weiden: dat is voor haar de voorafspiegeling van haar marteldood.

Op 7 maart werden de vijf christenen naar de arena gebracht en voor de wilde dieren geworpen. De mannen moesten vechten tegen een everzwijn, een beer en een luipaard; de vrouwen tegen een wilde koe. Maar de dieren slagen er niet in hen te doden: uiteindelijk werden Perpetua en haar vrienden met het zwaard om het leven gebracht. Perpetua en Felicitas werden begraven in Carthago en op de plaats van het graf werd een basiliek  opgericht.

Het verslag van Perpetua, getiteld Passio sanctarum Perpetuae et Felicitatis, is bewaard gebleven. Men heeft lange tijd gedacht dat Tertullianus de auteur was, maar nu weet men dat het gaat om een autobiografisch verslag geschreven door de martelares Perpetua zelf (de details van de executie werden later door anderen toegevoegd). Het is heel ongebruikelijk in de vroegchristelijke wereld dat een vrouw zelf haar ideeën op papier zette: dat maakt het verhaal van Perpetua zo bijzonder. Het is een van de oudste christelijke teksten geschreven door een vrouw.
Het manuscript van de passie van Perpetua en Felicitas werd ontdekt in de zestiende eeuw door de Duitse filoloog Lucas Holstenius.

De feestdag van de heilige Perpetua en Felicitas is nog steeds 7 maart, de dag van hun dood. De martelaressen worden afgebeeld met een kind op schoot en naast hen staat vaak een koe.

Bleib bei uns denn es will Abend werden...(Joh.S. Bach)
Verheerlijking op de berg: Lucas 9:29-36 Terwijl Hij aan het bidden was, veranderde de aanblik van zijn gezicht en werd zijn kleding stralend wit. Opeens stonden er twee mannen met Hem te praten: het waren Mozes en Elia, die in hemelse luister verschenen waren. Ze spraken over het levenseinde dat Hij in Jeruzalem zou moeten volbrengen. Petrus en de beide anderen waren in een diepe slaap gevallen; toen ze wakker schoten zagen ze de luister die Jezus omgaf en de twee mannen die bij Hem stonden. Toen de mannen zich van Hem wilden verwijderen, zei Petrus tegen Jezus: 'Meester, het is goed dat wij hier zijn, laten we drie tenten opslaan, één voor U, één voor Mozes en één voor Elia', maar hij wist niet wat hij zei. Terwijl hij nog aan het spreken was, kwam er een wolk aandrijven, die een schaduw over hen wierp; ze werden bang toen de wolk hen omhulde. Er klonk een stem uit de wolk, die zei: 'Dit is mijn Zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem!' Toen de stem verstomd was, was Jezus weer alleen. Ze zwegen over het voorval en vertelden in die tijd aan niemand wat ze hadden gezien.

Week van Gebed voor 'de eenheid van christenen' 21 - 28 januari 2018

De Week van gebed voor de eenheid van de christenen is van 21 t/m 28 januari 2018. Het engelse materiaal is inmiddels vertaald. Centraal staat: Exodus 15 vers 1 - 21 en is voorbereid door Amerikaanse christenen.

Meditatie

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, 

Veertig jaar woestijnervaring, veertig jaar pelgrimage, begint voor Israël met een geloofsdaad. Het volk trekt uit Egypte. Het rukt zich los uit de slavernij. En dan is er nog die ene hindernis: de Schelfzee. 

De farao achtervolgt het slavenvolk. Hij zet ze klem tussen zijn strijdwagens en het diepe water. En op dat moment komt het er op aan: Hoeveel geloof heeft het volk? Zien de mensen – om het Amerikaans te zeggen – de uitdaging of zien ze blokkades? Is er voldoende vertrouwen om de volgende stap in hun pelgrimage te maken? Gaan ze recht door zee? Kiezen ze voor vernieuwing? Of geven ze zich over aan het oude leven? 

De vraag naar geloof is één van de kernvragen in een mensenleven. Hoeveel geloof heb je? Als wij over geloof spreken, is er vaak sprake van een misverstand. We leggen geloven nogal eens uit met stellingen van Maurice de Hondt . ‘Eénenvijftig procent zegt me dat ik dit moet doen’, roepen we dan. Met zo’n benadering is geloven: twijfelen plus een beetje bluf. 

Dat lijkt me de meer seculiere benadering. Ik zou een andere weg willen voorstellen. Geloven is: Vast vertrouwen. Honderd procent er voor gaan, omdat God zelf met de uitkomst heeft te maken. Het is met geloven net zo als met je banksaldo. Sommigen hebben één miljoen en verlangen meer. Anderen halen die één miljoen niet, maar vinden wel dat ze genoeg hebben. Je manier van kijken bepaalt je leven. Met geloven geldt: zoveel als je gelooft, zoveel heb je ook. 

Onze hele wereld is op geloven gebouwd. Als ik op reis ga in een vliegtuig, geloof ik, vertrouw ik, de piloot en zijn of haar deskundigheid. Als ik belasting betaal vertrouw ik politici dat ze dat geld eerlijk besteden. Als ik mijn mond opendoe bij de tandarts vertrouw ik hem of haar dat de tandarts mijn gebit verbetert. Zonder geloof vaart niemand wel. 

Israël, in ieder geval de leider van Israël, heeft voldoende geloof om er op te vertrouwen dat God zijn volk veilig door de Schelfzee zal leiden. Dat is het eerste mirakel. En het tweede is, dat de Israëlieten voldoende vertrouwen hebben, dat de farao hen daarin niet zal kunnen volgen. Dat is het tweede mirakel. En zoveel als Israël gelooft, zoveel heeft Israël ook. 

Het kan ons, westerlingen, moeite kosten dat farao en zijn militairen verdrinken in de Schelfzee. We vinden het – zacht gezegd – sneu. We beseffen dan onvoldoende hoezeer farao symbool staat voor het kwaad tot in de derde, vierde macht. God kan niets met die terreurzaaier beginnen. ‘Wagen en ruiter stort hij in zee’. Ze zijn attribuut om andere mensen te knechten, te slaven, niet serieus te nemen. 

Het staat er eigenlijk in het enkelvoud: ‘Wagen en ruiter’. Als een principe, zo klinkt het. Die machten die mensen geen licht, geen adem gunnen, moeten ten principale verdwijnen. ‘Neerdalen in de hel’, noemt de geloofsbelijdenis dat. ‘Buitenwerpen in de buitenste duisternis’, staat ook wel in de evangeliën. Het is het evangelie van Pasen tot op de bodem toe. God de Schepper maakt een nieuwe opening. God de Zoon bant de zonde uit, het principe van de terreur, en voert het principe terug naar de plaats waar het een thuis heeft: in de onderste krochten van de hel. Nedergedaald ter helle. 

Voor het volk door God geleid is er een opstanding aan de andere kant van de Schelfzee. Een wedergeboorte. Alsof je nieuw uit doopwater oprijst. Een heel nieuw leven begint. 

Het zal vele Israëlieten moeilijk gevallen zijn Mozes te volgen in zijn geloofsvertrouwen. Maar eenmaal door de Schelfzee heen zal de dankbaarheid ieder te pakken hebben genomen. Achteraf geloofsheld zijn is nu eenmaal makkelijker dan vooraf. Achteraf zingen de Israëlieten dan ook een lied, de tekst die we gelezen hebben. Mozes zet het in. Mirjam neemt het over, zet het op tamboerijnmuziek en maakt er een vreugdedansje bij. Mozes en Mirjam vullen elkaar aan, zoals het mensen van de levitische stam – en trouwens ook mensen die niet van die stam zijn – betaamt. 

Er is nog iets komisch met die tekst. Als je de tekst leest in een hebreeuwse bijbel, kom je geen doorlopende zinnen tegen. De woorden zijn in de joodse bijbel als legostenen op elkaar geplaatst. Je vindt die techniek alleen bij dit schriftgedeelte. Het is een soort reminder voor latere generaties. Mensen die later leven hebben de strijd met Egypte niet gekend. Ze zouden het danklied wel eens gemakkelijk in de mond kunnen nemen. Maar dan is er altijd weer die vorm, die legostenen die hen herinneren aan de stenen die hun voorouders in Egypte hebben moeten bakken. Goddank is die tijd nu voorbij. 

Zoveel als je gelooft, heb je ook; zeiden we tegen elkaar. Ik lees het als een aanmoediging in de pelgrimage van gerechtigheid en vrede, die de kerken wereldwijd met elkaar maken; in het programma dat de Wereldraad van Kerken aanreikt. Je kunt je zorgen hebben in je persoonlijk leven. Je kunt je vragen hebben bij de traagheid in kerkelijke eenheid. Je kunt twijfels hebben of de samenleving ooit werkelijk voor recht en gerechtigheid zal kiezen. Bij al die aanvechtingen bemoedigt de tekst ons. Laten we die ene stap richting Schelfzee dan maar zetten. Wie weet ervaren we dat het water wijkt. Laten we de wijzer van het kompas volgen, recht door zee. En laten we ons zingend overeind houden, als we even dreigen weg te zinken. Zelfs Petrus, die even wegzonk, is uiteindelijk niet in de golven gebleven, maar weer opgeklommen en voor velen een ‘primus inter pares’ geworden. Amen

Klaas van der Kamp