Het Onze Vader in het Kerkelijk Jaar

Onze Vader die in de hemelen zijt… de aanhef

De herders

'Onze Vader' hoe ruim is dat, ruimer dan ons woord, ruimer dan ons hart - onze sluit in en niet buiten.....(Inge Lievaart)
Het Onze Vader raakt aan alles in ieder mens. Het bidt voor mensen verweg en dichtbij en 
voor jezelf, om bevrijding uit schuldenlast en een nieuwe economische orde, en dat alle scheidsmuren tussen volkeren, rassen en seksen zullen afgebroken worden, maar niet minder alle muren ín ons. Het is het stilste én het meest openlijke en vrijmoedige gesprek, je kunt het prevelen en roepen. In die woorden klinkt de naam van Jezus door. Hij is ín die woorden, in zoverre mensen in hun woorden kunnen zijn; dat kan, en dat kan heel ver gaan. Over de dood heen. 
(H .Oosterhuis, Werkschrift, mei 1992)


Gedurende Advent en Kerst staat de aanhef van het Onze Vader centraal.

Advent - Adventus betekent: komst
Met Advent begint voor de kerk een nieuw jaar. Het is de voorbereidingstijd voor de geboorte van Christus, die met Kerst, voor westerse christenen op 25 december, wordt gevierd. In deze periode tracht de kerk zich te identificeren met de talloze mannen en vrouwen die al voor de geboorte van Christus, wisten van de belofte van zijn komst. Maar ook met allen in de wereld van vandaag, die wachten op de vervulling van de belofte. (‘With all Gods’ people’, WCC, Genève)

1e Advent -  Tot U Heer hef ik mijn ziel op, mijn God, op U vertrouw ik... -     
                     (Psalm 25)
2e Advent -  de Heer verlangt er naar u genadig te zijn... - (Jesaja 30)

3e Advent -  Gaudete – Verblijdt u, uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend.(Philippenzen 4:4)
4e Advent –  Ror
ate – Dauwt, hemelen, van boven…(Jesaja 45:8)

24 dec. Kerstnacht – 25 dec. 1e Kerstdag - 26 dec. 2e Kerstdag - ...vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de Messias, de Heer.(Lucas 2:11)

Uw Naam worde geheiligd… de 1e bede van het Onze Vader.
De eerste bede: Uw Naam worde geheiligd klinkt Joods en oud-testamentisch en dat is het ook. De eerste regels lijken op het Joodse Synagoge-gebed, het zgn. Kaddisj:
Grootgemaakt en geheiligd worde zijn Naam, in de wereld die Hij schiep naar zijn wil en Hij vestige zijn koninkrijk in je leven en in je dagen en in het leven van Israëls gehele huis, haastig en spoedig.
In de bijbel zijn de woorden ‘heiligen’ en ‘de naam’ al opgekomen in de geschiedenis van de Exodus bij de roeping van Mozes en de wetgeving op de Sinaï. In die samenhang begint ons gebed: de uittocht uit het diensthuis. Maar ook de Psalmen en de profetieën van Jesaja klinken mee; en in het evangelie de bergrede (Mattheus 5-7) en het Hogepriesterlijk gebed (1 Joh. 17)(ds. J.Happee). 

Heiligen is apart zetten, hoogachten, grootmaken, eer bewijzen. Gods Naam is: ‘Ik ben – Ik zal er zijn’, erbarmend, genadig, lankmoedig, rijk aan liefde, rijk aan trouw, bewarend liefde tot het duizendste geslacht, dragend ongerechtigheid, verdragend ontrouw, wegdragend zonde..(Exodus 34:6-7, vert. H. Oosterhuis)

Epifanie
 –  Epifaneia (Grieks) betekent verschijning…Op deze dag, voor ons op 6 januari, heeft de oude kerk tot in de derde eeuw de geboorte van de Heer gevierd: God verschijnt in het vlees en wordt mens. De dag heet ook Driekoningen. ‘Vandaag vieren we een heilige dag, die met drie wonderen wordt gesierd: een ster leidt de wijzen naar de kribbe; water wordt wijn op het bruiloftsfeest en Jezus wordt door Johannes gedoopt. Hij moge ons behoeden. Alleluja!’ (Antifoon Epifani Vespers, Westerse rite)
Historisch gezien is dit een tweede en tegelijk het oudste kerstfeest. Pas rond 450 na Christus werd voor het eerst in Rome op 25 december het geboortefeest van Jezus gevierd. God verschijnt in het vlees en wordt als mens onder de mensen geboren. Dit mysterie zal ieder mens persoonlijk redden en tegelijk heel de mensheid. In de drie wijzen, of drie koningen, komt heel de mensheid het Kind aanbidden. In de orthodoxe kerken ligt het accent vooral op de doop van Jezus door Johannes in de Jordaan (de doodsrivier). Dit verhaal behoort vanouds bij de eerste Epifaniënzondag; de bruiloft te Kana bij de tweede en de verheerlijking op de berg bij de laatste zondag na Epifanie. (Bron: “With all God’s people”, WCC) 
De tijd van Epifaniën duurt tot zondag Septuagesima (70e), het begin van de PaascyclusIn deze periode staat de 1e bede van het Onze Vader centraal.


Na Epifaniën volgen drie zondagen die de voorbereiding van Pasen inluiden:

Zondag Septuagesima (70) – Zondag Sexagesima (60) en Zondag Quinquagesima (50), ook wel Esto Mihi (wees mij) genoemd, naar de beginwoorden van Psalm 31:3-4 - Wees mij tot een beschuttende rots...
Met Aswoensdag begint de echte voorbereiding: een tijd van inkeer en bezinning: lijdenstijd, passietijd, 40-dagentijd of vastentijd genoemd. In de woestijn van het leven willen mensen Jezus volgen door net als Hij te bidden, te vasten, te delen en door Gods koninkrijk waar te maken en te verkondigen.
Na Aswoensdag volgen 6 zondagen in de 40-dagentijd en na Palmzondag de 'Stille Week' met Witte Donderdag - Goede Vrijdag - Stille Zaterdag - de Paasnacht en tenslotte het feest van de Opstanding: Pasen.


Aswoensdag - begin 40-dagentijd


Veertig dagen in de leer:
Het getal 40 duidt in de bijbel altijd een leertijd aan. Dat leren was niet alleen gericht op geloofskennis, maar ook op de levensstijl. Als iets kerk en synagoge met elkaar verbindt, dan is het de viering van het Paasfeest. Daarin klopt het hart van alle liturgie. Christus gaat gehoorzaam de weg die Israël gaat. Die weg gedenkt de kerk op haar tocht naar Pasen, de viering van het Paasfeest en de feesttijd waarvan Pinksteren de afsluiting vormt.
(ds. W.R. v.d. Zee, in Kerk en Milieu, maart 1993)

 

Gebed bij Aswoensdag:
Gij die alles liefhebt wat bestaat en
die vergeving schenkt als wij ons tot U wenden,
herschep ons hart, o God, dat wij bereid zijn
niet alleen te bekennen waar wij falen,
maar ook ernst te maken met de blijdschap
om uw eindeloze genade en opleven,
telkens opnieuw. (ds.W.R.v.d.Zee)


Uw koninkrijk kome… de 2e bede van het Onze Vader.

In de 40 dg-tijd t/m Pasen staat de tweede bede van het Onze Vader centraal.
In deze bede bidden wij om het komen van Gods koninkrijk op aarde. Niet alleen bij de wederkomst – het einde van de wereld, maar ook nu in onze tijd en overal waar mensen samenzijn en zich inzetten om aan zijn rijk gestalte te geven. Want God heeft geen andere handen dan mensenhanden.                                                
In veel kerken branden aan het begin van de 40 dagen 6 kaarsen, waarvan op elke zondag 1 kaars wordt gedoofd en tenslotte, als we gedenken dat Jezus gestorven is, ook de grote Paaskaars wordt gedoofd.
 
  
1e zo vd 40 dagen: Invocavit - roept hij                                
2e zo vd 40 dagen: Reminiscere - gedenk
3
e zo vd 40 dagen: Oculi - ogen 
4e zo vd 40 dagen: Laetare - verheug je
5e zo vd 40 dagen: Judica - die recht
6e zo vd 40 dagen: Palmzondag- intocht in Jeruzalem


Meditatie voor de 40-dagentijd

Zoek een vaste, rustige plek. Steek een kaars aan en neem enige tijd
om te ontspannen. (Luister evt. enkele minuten naar goede muziek).

Bid het volgende gebed:
Heer God, uw koninkrijk is midden onder ons, verborgen en dichtbij,
een mens om van te houden, mensen om voor te leven,
uw wil geschiedt op aarde - overal waar mensen leven en sterven voor elkaar.
Wij bidden U dat wij dit alles mogen volbrengen, gaandeweg, van dag tot dag,
om zo vertrouwd te worden met uw naam en U te vinden, Onze Vader tot in
eeuwigheid. Amen.
(H.Oosterhuis, 'Gebeden en Psalmen', blz. 92) 

Lees rustig een Psalm of Schriftgedeelte of andere spirituele tekst.
Wees daarna opnieuw stil en wacht op wat de tekst je te zeggen heeft.
Lees nogmaals de tekst en probeer de verbinding te leggen met de bede 
uit het Onze Vader voor deze periode.
                                                                                          

(Wanneer deze meditatie met meer mensen gehouden wordt, kan hierna           
een korte uitwisseling plaatsvinden over wat de tekst heeft opgeroepen.)
Bid daarna met eigen woorden of met woorden van onderstaand gebed, 
bid in stilte of zing een gebedslied. 

Gebed:
Heer, leid ons van de dood naar het leven, van onwaarheid naar waarheid.
Leid ons van vertwijfeling naar hoop, van angst naar vertrouwen.
Leid ons van haat naar liefde, van oorlog naar vrede.
V
rede vervulle ons hart, deze wereld, het heelal.
                                                                           

Bid als laatste het Onze Vader… 

(In deze meditatie kan ook aandacht zijn voor de te gedenken regio

Houd mij in leven, acclamatie voor de 40-dagentijd
(Liedboek 368d (of 25b - beurtzang), naar Ps.25:17)


Houd mij in leven, wees Gij mijn redding
steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Omdat Gij zijt zoals Gij zijt
zie naar mij om en wees mij genadig
want op U wacht ik een leven lang.
Steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
 

Zijt Gij het Heer, die komen zal
of moeten wij een ander verwachten?
Heer, mijn God, ik ben zeker van U.
Houd mij in leven, wees Gij mijn redding
steeds weer zoeken mijn ogen naar U.

Geeft Gij uw woord aan deze wereld,
Gij zijt mijn lied, de God van mijn vreugde,
naar U gaat mijn verlangen, Heer.
Steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Houd mij in leven, wees Gij mijn redding
steeds weer zoeken mijn ogen naar U.                                    

Link: http://www.youtube.com/watch?v=PBArDGqVhMk&feature=youtu.be

Foto: Geloofsdoek, Goede Herderkerk, Nijkerk. Geloofsdoek, ook wel 'hongerdoek' genoemd, gemaakt door vrouwen van de Ev.Lutherische-Kirchgemeinde in Sankt Jakob, Thüringen-O.Duitsland (mei 1988, voor de Wende); de ontwerpen werden gemaakt door Konfirmanden, van hun mooiste Bijbelverhalen! Vrouwen uit de gemeente maakten er dit mooie doek van. Betekenis van de afbeeldingen: In het midden: Jezus aan het kruis; links daarvan: Uitstorting van de Heilige Geest - Pinksteren; rechts: de wonderbare visvangst. Links boven: de zondvloed en de ark van Noach. Rechts boven: De torenbouw van Babel. Links onder: Zacheus klimt in een boom om Jezus te kunnen zien..... In de vroege Middeleeuwen bestond in veel Europese landen het gebruik tijdens de veertig dagen voor Pasen – de altaarruimte met een gordijn of voorhang af te scheiden van de rest van de kerk. In een periode van inkeer wilde men het fraaie altaar met de kostbare versieringen aan het zicht onttrekken: geen pracht en praal in een periode van vasten, inkeer en boetedoening. Wanneer de gelovigen de doek zagen hangen, wisten ze meteen: het is Vasten! De doek werd dan ook al gauw "vasten- of hongerdoek" genoemd. De doek werd pas verwijderd in de Grote Week voor Pasen als in het koorgebed op woensdag tijdens de completen gezongen werd: "En het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot onder in tweeën". Enkele eeuwen later begon men de doek te versieren met symbolen en voorstellingen van de Schepping, de Zondeval, het Lijden van Jezus of van het Laatste Oordeel. Op den duur werd de hongerdoek zelfs tot een van de voornaamste symbolen van de Vasten. In de 18e eeuw echter ging het gebruik van de hongerdoek verloren. In 1976 nam "Misereor", de Duitse vastenactie, de oude traditie weer op. Mensen uit de Derde Wereld werden uitgenodigd honger, meditatie of geloofsdoeken te maken, waarin duidelijk de verbinding werd gelegd tussen het leven en lijden van de armen en dat van Jezus. In Nederland zijn in de loop der jaren steeds meer kerkelijke gemeenten met hongerdoeken gaan werken. Ook op scholen zag men een kans om met gebruikmaking van de hongerdoek de band tussen het dagelijks leven en de leerstof in de godsdienstlessen te versterken. Inmiddels vinden we hongerdoeken zowel in Katholieke als in Protestantse kerken. (Met dank aan Yvonne Vos – Hegge, Kath. Kerk Elst)

Palmzondag - 6e zondag in de 40-dagentijd, begin van de Stille Week

Intocht van Jezus in Jeruzalem, (Russische Ikoon)

Zondag Palmarum – Palmzondag  

Aan het begin van de Stille Week staat ‘de dag der palmen’: de vreugdevolle intocht van Jezus in Jeruzalem.
 

Dit is uw opgang naar Jeruzalem, 
waar Gij uw vrede stelt voor onze ogen,
vrede aan allen die uw Naam verhogen:
heden hosanna, morgen kruisig Hem.

(LB 556, W. Barnard)


Witte Donderdag – 
Dag van de voetwassing en de instelling van het H. Avondmaal.

Het brood dat ons voor ogen staat
en zich geduldig breken laat,
is uw gedaante lieve Heer,
Gij daalt als manna in ons neer.

Gij die een broodhuis voor ons zijt,
een wijngaard die het hart verblijdt,
Heer Jezus die ons drenkt en voedt,
Gijzelf zijt onze overvloed.
(LB 381:1 en 4, Jaap Zijlstra)

Gebed:
God, onze Bondgenoot, breng ons telkens weer te binnen
dat breken en delen de woorden zijn van uw verbond met ons,
voorgedaan door Hem die ons is voorgegaan,
uw liefde, uw verbond, in levende lijve. (ds.W.R.v.d.Zee)

Jezus ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg om te bidden. Hij bad: ‘Vader, als U het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat U wilt gebeuren’. Uit de hemel  verscheen Hem een engel om Hem kracht te geven. (Lucas 22:39-43)


Op de vooravond van Witte Donderdag:
Tijdens de vasten gaan we samen met het Volk Israël de woestijn in. De woestijn is de plaats van bezinning en van nieuwe ervaringen, met jezelf en met God. Israël doet tijdens zijn tocht de ervaring op van een God die te herkennen valt aan het feit dat Hij weet heeft van hun ellende, dat hun jammeren uit wanhoop en verdriet om hun inhumaan bestaan tot hem is doorgedrongen, ja dat hij afdaalt om dat volk te bevrijden…(Exodus 3, 9) Het is een sleuteltekst van de bevrijdingstheologie die juist op déze ervaring de nadruk blijft leggen: deze God is geen abstracte grootheid, die als een machthebber hoog boven de mensen uit troont, maar integendeel te ontmoeten is in onze geschiedenis. Vooral daar waar geleden wordt en er solidariteit en verbondenheid te vinden is tussen mensen die opstaan tegen allerlei soorten farao’s en Egyptische toestanden die mensen naar beneden halen, dáár is die God te ervaren. “Ik zend jou naar de farao, jij moet mijn volk uit Egypte leiden…” (Exodus 3, 10) is de opdracht die Mozes meekrijgt van God. Waar mensen dat waagstuk aandurven – het waagstuk van de opstand tegen slavernij en de keuze voor de vrijheid - daar raken ze een levenskracht die meer doet vermoeden… daar ervaren ze God!                          
Want inderdaad: wie mag die God dan wel zijn? Ik ben die is, of anders gezegd: Ik ben die er zal zijn voor u, die zich tonen zal als het erop aankomt…als het erop aankomt met onderdrukking af te rekenen, dán zal de Nabijheid van ‘Ik ben die is’ heel concreet zijn. Deze Godsnaam biedt geen zekerheid, tenzij de zekerheid van een belofte. Zoals geliefden en vrienden elkaar slechts de betrouwbaarheid van hun belofte kunnen bieden: ik zal er zijn voor je, je zal het wel merken, reken er maar op dat ik er zijn zal als het erop aankomt je tot leven te brengen, je als mens vooruit te helpen zodat je meer zin krijgt in je leven, zodat je meer vervulling vindt… reken er maar op, dat ik je wel bieden zal wat daarvoor nodig is, ja dat ik je mezelf zal bieden opdat je zult weten dat je echt de moeite waard bent… Dat is het wat met het gebaar van de voetwassing wordt uitgedrukt. Herkennen jullie wat ik gedaan heb? Als ik, jullie heer en meester, jullie voeten heb gewassen, dan moeten jullie dat ook voor elkaar doen! (Joh.13,12-14)
De gemeenschappen van de Ark (Jean Vanier) hebben de voetwassing ontdekt als de uitweg uit een slavenbestaan waarin mensen gevangen blijven binnen de grenzen van vastgeroeste opvattingen over succes en gaafheid als principe voor een gelukt en zinvol leven. De gemeenschappen ontdekken in de voetwassing de kracht die ons door de woestijn heen kan brengen naar het Beloofde Land waar het mogelijk is ‘mens’ en ‘medemens’ te zijn en de vreugde te vinden waarvoor mensen bedoeld zijn. Daarin zijn ze een baken voor de kerk. Kerk-zijn vraagt daarom om bekering, weg van de machtsspelletjes, weg van loopgravenstellingen van waaruit we elkaar bespieden en bestoken. Kerk-zijn is resoluut de weg naar het Beloofde Land inslaan in het vertrouwen dat ‘Ik ben die is’ er zijn zal als het er echt op aan komt. Samen kerk-zijn is “Ik ben die is” nadoen, nabootsen in de betrouwbaarheid van zijn belofte. Want er is geen mens die werkelijk tot leven komt zonder deze trouwe aanwezigheid van een metgezel, die ‘Hij die er zijn zal’ als een engel vooruitgestuurd heeft.
Er is geen mens die bevrijding vindt als hij en zij niet de eigen voeten laat wassen én de voeten van anderen wassen wil!
(Vastengroet 2016, OKKN, met dank aan Joris Verkammen, Aartsbisschop van Utrecht en Dirk Jan Schoon, Bisschop van Haarlem);
(zie voor Ark-gemeenschappen bij week 10 van de wekenkalender)



Goede Vrijdag

DE ZEVEN KRUISWOORDEN VAN JEZUS
1. “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen” (Lucas 23:34).
2. “Voorwaar, Ik zeg U, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn” (Lucas 23:43).
3. “Vrouw, zie uw zoon - zoon, zie uw moeder” (Johannes 19:26-27).
4. “Mijn GOD, mijn GOD, waarom hebt Gij Mij verlaten?” (Marcus 15:34).
5. “Mij dorst” (Johannes 19:28).
6. “Het is volbracht!” (Johannes 19:30).
7. “Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest” (Lucas 23:46).

Goede Vrijdag
 -  Dag waarop christenen  stilstaan bij het kruis van Golgotha; de liturgie van deze dag kent de zgn. improperia (verwijten van God aan de mensen om het doden van zijn Zoon) – Christus werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan een kruis; daarom heeft God Hem hoogverheven en Hem de naam verleend boven alle namen.(Filippenzen 2)

Hij ging de weg zo eenzaam tot in Jeruzalem.
Geen vriend kon langer meegaan, 
geen mens hield nog de wacht met Hem.
Hij ging die weg voor hen. Hij deed dit ook voor hen.

Hij ging de weg zo eenzaam tot in Jeruzalem.
De beulen die Hem sloegen,
bespotten met een doornenkroon.
Hij zweeg en leed voor hen, Hij deed dit ook voor hen.

Hij ging de weg zo eenzaam. Hij droeg zijn eigen kruis.
Hij bad: mijn God, vergeef hen!
Hij leed en stierf op Golgotha.
Hij deed dit ook voor ons, voor allen, ook voor ons.

(LB 560, Britt G. Hallqvist)


Stille Zaterdag – Paasnacht - 
Looft de Heer, goedertieren is Hij, tot in eeuwigheid is zijn genade.(Psalm 118) 
Gij, die deze heilige nacht hebt verlicht door de glorie van het Paasgeheim,
wek ons tot leven door uw Geest, dat wij opstaan als zonen en dochters van U en als herboren mensen U bezingen en belijden als de God van ons leven. (ds.W.R.v.d. Zee)

Nu valt de nacht, het is volbracht, de Heer heeft heel zijn leven
voor het menselijk geslacht in Gods hand gegeven.

De wereld gaf Hem slechts een graf, zijn wonen was Hem zwerven;
al zijn onschuld werd Hem straf en zijn leven sterven.

Hoe wonderlijk, uitzonderlijk, een sabbat is gekomen:
eens voor al heeft Hij het juk van ons afgenomen.

(LB 590:1,2 en 5, Ad den Besten en Jan Wit)
 

De voetwassing
Jezus draagt het kruis
Jozef van Arimatéa heeft Jezus van het kruis gehaald.

Pasen - Feest van de Opstanding

Paasvuur

Pasen is het oudste christelijke feest waarin we verbonden zijn met het Joodse Paasfeest; Pasen is afgeleid van het hebreeuwse Pesach - voorbijgaan, een herinnering aan het voorbijgaan van de doodsengel in de nacht vóór de uittocht uit Egypte.
Pasen is van alle tijden en plaatsen. De eerste verschijningen van Jezus na zijn opstanding, eerst aan de vrouwen in de hof van Jozef van Arimathéa en gevolgd door andere verschijningen: op de weg naar Emmaüs, aan de oever van het meer van Galilea en op de Olijfberg, hebben er toe geleid dat christenen uit zeer uiteenlopende tradities en culturen de herinnering aan de universele betekenis van de opstanding levend houden door een openlucht ritueel. Op veel plaatsen worden de eerste Paasgroeten buiten de deur uitgewisseld en zo komt in een eenvoudig ritueel vanuit verschillende delen van de wereld de universele betekenis van het Paasgeloof tot uitdrukking. Voor hen die gewend zijn elkaar op Paasmorgen buiten te begroeten, staat het verhaal van de Emmaüsgangers model. (With all God’s people, Genève.)  

2e Paasdag – Christus, onze Heer verrees, halleluja!
                    Heilge dag na angst en vrees, halleluja!    
                    Die verhoogd werd aan het kruis, halleluja!       
                    bracht ons in Gods vrijheid thuis, halleluja!
                    (LB 624, Paashymne)


Uw wil geschiede zoals in de hemel zo ook op de aarde – de 3e bede van het Onze Vader - in de Paastijd staan de vreugde van Pasen en de derde bede van het Onze Vader centraal.
Het is Gods verlangen dat mensen zijn geboden onderhouden. Want door zijn geboden heeft Hij ons zijn wil te kennen gegeven. (M.Luther)
Onze wil is vaak een grillig en onsamenhangend geheel van wat in trots en eigendunk, in geldingsdrang en koppigheid gericht is op handhaving van het eigen ik. Maar waar Gods wil onze wil wordt, en de mens zich overgeeft aan Zijn liefde en wil, daar breekt geluk en vrede door. (J.H. Sillevis Smit) 
Jezus ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg om te bidden. Hij bad: ‘Vader, als U het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat U wilt gebeuren’. Uit de hemel  verscheen Hem een engel om hem kracht te geven. (Lucas 22:39-43)

Gebed:
God, vaak valt het mij zwaar uw wil te doen,
want ik heb zelf ook een sterke wil en grote verwachtingen.
Blijf alstublieft geduldig met mij, tot ik U volgen kan. Amen.
(Sonne und Schild, uit het duits)

Lied: LB 941: 1 en 4 (Ad den Besten)
1. Waarom moest ik uw stem verstaan? 
Waarom Heer, moet ik tot U gaan zo ongewende paden?
Waarom bracht Gij die onrust mij in ’t bloed – is dat genade?
4
. Spreek Gij dan in mijn hart en zeg, 
dat het zo goed is, 
dat die weg ook door uw Zoon gegaan is
en dat uw land naar alle kant niet ver bij mij vandaan is.

De Paastijd duurt tot de 50e dag (Pentekostè – Pinksteren). De vreugdetijd van Pasen wordt al omstreeks het jaar 200 vermeld. 
2e zondag van Pasen: Quasi modo geniti - als pas- of nieuwgeboren kinderen (1 Petrus2:2). De naam is ontleend aan de openingswoorden van de dienst:  de zondag heet ook Beloken Pasen’, omdat de Paasweek nu besloten is. 
3e zondag van Pasen: Misericordias Domini – De aarde is vol van de goedertierenheid van de Heer (Psalm 33:5a). De naam is ontleend aan de ingangspsalm. Deze zondag wordt ook zondag van de Goede Herder genoemd.
4e zondag van Pasen: Jubilate - Juicht voor God, heel de aarde, (Psalm 66:6), naar de eerste woorden van de ingangspsalm. 
5e zondag van Pasen: Cantate – Zingt voor de Heer een nieuw lied (Psalm 98:1), naar het begin van de ingangspsalm.
6e zondag van Pasen: Rogate – bidt (Joh.16:23b). 
 
   Hemelvaartsdag:  De hemelvaart valt op de 40e dag van Pasen.
7e zondag van Pasen: Exaudi – Hoor, Heer, hoe ik luid roep…(Psalm 27:7a) De zondag wordt ook Wezenzondag genoemd naar Joh.14:18.
50e dag van Pasen: Pinksteren - Feest van de uitstorting van de Heilige Geest.

Pinksteren - Pentecostè - 50e dag van Pasen

Achtste zondag van Pasen: Pinksteren – pentecostè, wat vijftigste betekent. 

Op de 50e dag, zeven weken na Pasen, viert de christelijke kerk de vervulling van Gods beloften. Als het Joodse volk de eerste vruchten van de oogst viert, vieren christenen de eerste vruchten van de Geest en de grondlegging van de ene universele kerk als de nieuwe schepping.
Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde en allen werden vervuld van de Heilige Geest... (Handelingen 2:1-4)

Pinkstergebed:                                                
O God, op deze dag hebt Gij in het hart van 
mensen het licht van uw Geest ontstoken, 
zodat zij vrijmoedig en vurig uw grote daden verkondigden; 
vervul ook ons hart met de warmte van die Geest, zodat wij voortdurend 
gericht zijn op wat heilzaam is en heel maakt en in alle omstandigheden 
vertrouwen op uw geestkracht die bezielt en bemoedigt. (ds.W.R.v.d.Zee)


Geef ons heden ons dagelijks brood
 - de 4e bede van het Onze Vader
 – Genadebrood  
Brood is in de bijbel een geladen woord. Brood is datgene wat ik maak van de door God aan mij gegeven mogelijkheden. Brood impliceert ons werken en bezig zijn. Maar dat je dat kunt is een geschenk, een wonder, geen vanzelfsprekendheid’. Ds. v.d. Zee was van mening, dat de vierde bede evenveel te maken heeft met het brood op de avondmaalstafel als met het dagelijkse, alledaagse brood. ‘Want’, zo zegt hij, ’aan die tafel geven wij gestalte aan ons protest tegen een wereld waarin mensen tekort komen, aan onze hunkering naar de vervulling van de profetische beloften, aan ons vertrouwen dat dat Gods zaak is en blijft. En aan die tafel ontvangen wij het brood dat ons telkens weer vertelt dat Jezus brood voor ons wil zijn, brood dat we niet verdienen en toch krijgen, brood dat ons zo voedt dat het voedzaam is voor anderen. En van die tafel halen we de woorden vandaan die de grondwoorden zijn, niet alleen van de viering, maar vooral van ons hele bestaan. Het eerste woord is dankbaarheid. Dankbaarheid dat we er mogen zijn en dat we, ook als het niet zo feestelijk is, er toch niet voor niets zijn. Het tweede woord is verwachting. De verwachting van een toekomst waarin mensen er met elkaar zullen zijn en iedereen genoeg krijgt. En het derde woord is mededeelzaamheid. Want hoe kan een mens die van God het zijne/hare kreeg, die gelooft in een goede Gever, zelf geen goedgeefs mens zijn?’ (In ‘Gebed met open ogen’)

Joods tafelgebed: 
Gezegend zijt Gij, Heer, Koning der wereld, die het voedsel uit de aarde 
doet voortkomen, die al wat leeft verzadigt met het goede.

Zondag na Pinksteren - zondag van de Drie-eenheid

De Heilige Drie-eenheid. (Andrej Rubljew, 1411, Moskou)

Zondag van de Drie-eenheid – Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons werd geschonken. (Romeinen 5)

Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig,
vroeg in de morgen word' U ons lied gewijd.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
Drievuldig God, die één in wezen zijt.
(Reginald Heber, vert. Willem Barnard, Gez.457:1 LvdK)

Lofprijzing: Ere zij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Als in de beginne, nu en immer en van eeuwigheid tot eeuwigheid!

Tot aan zondag van de Voleinding - (Eeuwigheidszondag) 
spreken we m.b.t. het kerkelijk jaar van zondagen na Pinksteren en van zomertijd en herfsttijd.                     

Zomertijd/Herfsttijd
God, onze Vader, onze Moeder, wij hopen op U, op U en uw nabijheid,
en wij vragen U niet om wonderen uit de hemel, wij vragen U
zo aanwezig te zijn in de Geest, dat mensen metterdaad uw bondgenoten
kunnen worden: een sprekend evenbeeld van uw vaderlijke zorg,
van uw moederlijke liefde, en dat er tekenen zullen komen van een
nieuwe wereld zoals Gij die bedoelt: een moederland - een vaderland.
(Ds. W.R.v.d.Zee)

Na de 4e bede zullen de volgende 3 bedes van het Onze Vader gedurende 3x 6 weken ter overweging in de gebedskalender worden opgenomen.


En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven...
 de 5e bede van het Onze Vader - 
Verdraagt elkaar en vergeeft elkaar, en doet bij dit alles de liefde aan.  (Colossenzen 3:13a en 14a)

Jullie hebben gehoord, dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand”. En Ik zeg jullie: wie je op je rechterwang slaat ook de linker toe te keren. Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: ”Je moet je naaste liefhebben en je vijand moet je haten”. En Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. (Mattheüs 5:38-39). 
Van dat op het eerste gehoor zo wrede woord ‘oog om oog en tand om tand’, wat is daarvan de bedoeling? Niets anders dan rechtvaardigheid. In een wereld van onbeteugelde drift, waarin een kaakslag wordt beantwoord met doodslag, - als je gepakt wordt pak je terug, pakt iemand je oog, pak jij twee ogen, slaat zij je een tand uit, breek jij haar ribben – in die wereld, deze wereld dus, stelt het joodse levensonderricht, dat omwille van de rechtvaardigheid deze kettingreactie van geweld gestopt moet worden. Wat betekenen dus die woorden?  “Niet meer dan een oog, niet meer dan een tand”.
De joodse Schriftgeleerden, de rabbijnen, hebben nooit toegestaan, dat deze woorden letterlijk werden toegepast “tand om tand” betekende een straf die in geld werd uitgedrukt. De schade moet worden vergoed.(H.Oosterhuis, “Werkschrift” mei 1992)
Vergeven is moeilijk. Er is geen mens die niet moet leven met wonden en littekens, aangedaan door anderen. En hoe kom je over die pijn heen? Er zijn verschillende wegen waarop mensen proberen klaar te komen met wat ze is aangedaan.
Er is de weg van vergelding. Zo niet metterdaad dan wel in woord en gedachte.Tegenover schuld wraak, tegenover onrecht nieuw onrecht, tegenover haat wederhaat. Wie deze weg kiest raakt in een duivelskring. Hij bevrijdt de ander niet van schuld, maar is zelf ook niet vrij. Hij is en blijft de gevangene van z’n verongelijktheid, zijn woede of haat.
Er is ook de weg van vergeten: zand erover, gebeurd is gebeurd. Er boven staan. Ach laat maar zitten… Dat lijkt heel royaal, maar de vraag is of het echt mogelijk is, of het geen zelfbedrog is. Een mens kan hoogstens dingen vergeten die hem in wezen niet geraakt hebben. De rest wordt verdrongen, weggeduwd. Maar het blijft zitten en komt onverhoeds toch weer naar boven. De brand is naar binnen geslagen en smeult daar verder. Bovendien er gebeurt niets tussen jou en die ander. Je neemt hem in feite niet serieus. Deze beide wegen zijn onvruchtbaar. Alles blijft bij het oude. 
De derde, vruchtbare weg is de weg van vergeving en verzoening. Daarbij hoort: je eerlijk bewust zijn, dat je pijn lijdt, en ook: eerlijk uitspreken dat het fout was. De kloof overbruggen en zeggen: we beginnen opnieuw. In de context van Lucas 17 is daarvoor geloof  nodig. Geloof en vertrouwen in elkaar, dat nieuw begin, dat verandering mogelijk is. (ds. W.R. van der Zee, in ‘Gebed met open ogen’)
Nelson Mandela zat 27 jaar gevangen. Toch was hij in staat om het regime dat hem gevangen had gezet, te vergeven. Sinds zijn vrijlating heeft hij de wereld een voorbeeld gegeven van wat vergeving kan zijn. Het vraagt bijna nog meer moed, volharding en menselijkheid om iemand die jou zo iets onvergefelijks heeft aangedaan, te vergeven, dan in opstand te komen tegen een regime.(Marijke Kuyper/Karol van Bastelaar in 'Zinvol ouder worden')

In zijn boek "Raven" schrijft ds. Klaas v.d. Kamp het volgende:
"Daar waar mensen zich dienstbaar opstellen, ontstaat kerk in spirituele zin: een gemeenschap waar bezieling komt en God impliciet aanwezig is. (...) Ds.Oepke Noordmans (1871-1956) legt uit, dat schuldvergeving een wondere, verborgen eenheid aanreikt, want God vergeeft schuld op het moment dat wij zelf onze schuldenaren vergeven. Als wij anderen niet vergeven kan God ons niet vergeven. Als wij anderen de maatschappelijke of kerkelijke maat nemen, diskwalificeren we onszelf als kerk. Maar als wij anderen vergeven, ontvangen we vergeving, en de ander zal ook weer geneigd zijn vergevingsgezind in het leven te staan. 'Nooit komt de Geest op één plaats, in één hart alleen', concludeert Noordmans. 'Altijd staat Hij als een gevorkte bliksem en slaat tegelijk in meer dan één hart in.'  Waar mensen vergeven ontstaat de kerk, concludeert hij. Inclusiviteit staat voorop bij het kerkbegrip."

Leid ons niet in verzoeking – de 6e
 bede van het Onze Vader 
In de bijbelse taal wordt hetzelfde woord gebruikt voor ‘verzoeking’ als voor ‘beproeving’. Kennelijk kan dezelfde zaak een beproeving, maar ook een verzoeking worden. God verzoekt niet, dat doet de duivel of onze eigen begeerte (Jacobus 1:12-18). God beproeft wel en omdat dit gebed tot God is gericht klinkt het beproefd worden in het geloof er in mee. Zonder twijfel is ‘de verzoeking in de woestijn’ het bijbelse beeld dat achter dit gebed opduikt (Mattheus 4:1-11). Na de doop in de Jordaan wordt verteld: ’Hierna werd Jezus door de Geest in de woestijn geleid om verzocht te worden door de duivel’. De woestijn is in deze bede van het Onze Vader aan de orde, maar ook de worsteling van de aartsvaders met het duistere van God en ook de stem van de Verzoeker in het paradijs. Jobs geschiedenis klinkt mee, maar ook de strijd van Jezus in Gethsemané. (J.Happee)

Maar verlos ons van de boze – de 7e bede van het Onze Vader - Bestaat er zoiets als een duivel? Het vreemde is dat we in het Oude Testament weinig of niets van hem horen en in het Nieuwe Testament minder vaak dan we zouden denken. De duivel, letterlijk: diabolos, uiteenwerper, scheidingmaker, dat wat vervreemding schept tussen God en mensen en tussen mensen onderling. Dat onoverzichtelijke warnet van kwaad waarin wij leven. En als we dan zeggen: verlos ons van de boze, dan bedoelen we: laat dat boze ons niet zo overheersen, dat we niet meer zien dat er een streep van licht is. Het goede doe je niet vanzelf, lijkt het. Daar moet je je ogen voor open hebben, daar moet je voor vechten, ook tegen jezelf. Daar moet je bij roepen, zoals we in deze bede doen: o God, maak ons sterk, wees zelf onze sterkte.
(ds. W.R.v.d. Zee in “Gebed met open ogen”). 

Eeuwigheidszondag - laatste zo. van het kerkelijk jaar - want van U is het koninkrijk, 
de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. - Van U is 
de toekomst, kome wat komt.

En wanneer de Heer u rust verleent na al uw lijden, uw beproevingen en de harde slavernij die u werd opgelegd, zult u dit spotlied zingen over de koning van Babel: “Gedaan is het nu met de verdrukker, gedaan met zijn dwingelandij! … (Jesaja 14:3–4)

Volgens Jesaja onderwierp deze koning vele volkeren, waaronder de Joden. Hij wilde zijn troon hoger bouwen dan de sterren en stelde zichzelf in zijn gedachten gelijk aan God.

 U hebt bij uzelf gedacht: ‘Ik klim naar de hemel, hoog boven Gods sterren plaats ik mijn troon; op de berg waar de goden samenkomen zal ik zetelen, op de hoogste toppen van de Safon. Ik stijg hoog op de wolken, en word aan de Allerhoogste gelijk.’ Maar nu bent u in het dodenrijk geworpen, in het diepst van de afgrond. Wie u ziet, staart u aan en volgt u met aandacht: ‘Is dat nu de man voor wie de aarde beefde en alle koninkrijken sidderden, die de aarde veranderde in een woestijn en alle steden verwoestte, die nooit een gevangene naar huis liet teruggaan?’  (Jesaja 14:13–17)

Onze Vader verborgen, uw Naam worde zichtbaar in ons,
uw koninkrijk kome op aarde, uw wil geschiede -
een wereld, met bomen tot in de hemel,
waar water schoonheid, en brood gerechtigheid is en genade.                                                 
Waar vrede niet hoeft bevochten, waar troost en vergeving is, 
en mensen spreken als mensen, waar kinderen helder en jong zijn, 
dieren niet worden gepijnigd, nooit één mens meer gemarteld - 
niet één mens meer geknecht.
Doof de hel in ons hoofd, leg uw woord op ons hart, 
breek het ijzer met handen, breek de macht van het kwaad. 
Van U is de toekomst. Kome wat komt. 
(H.Oosterhuis, Aandachtig Liedboek 250)

Het oorspronkelijke Jezus-gebed: Het Aramese Onze Vader
uit Rabbijnse bronnen

Bron van Zijn, die ik ontmoet in wat mij ontroert,
Ik geef u een naam opdat ik u een plaats kan geven in mijn leven.
Bundel uw licht in mij - maak het nuttig.

Vestig uw rijk van eenheid nu,
uw enige verlangen handelt dan samen met het onze. 
Voed ons dagelijks met brood en met inzicht.
Maak de koorden van fouten los die ons binden aan het verleden,
opdat wij ook anderen hun misstappen kunnen vergeven.

Laat ons de Bron niet verzaken,
Want uit u wordt geboren:
de alwerkzame wil, 
de levende kracht om te handelen, 
en het lied dat alles verfraait, 
en zich van eeuw tot eeuw vernieuwt.
(vertaling: Bram Moerland)           

Andrea Bocelli - The Lord's Prayer.
Zingen is tweemaal bidden... Kerkvader Augustinus
'Het laatste Avondmaal', Leonardo da Vinci. Tijdens deze paasmaaltijd heeft Jezus het Avondmaal ingesteld. Het woord 'laatste' slaat hier op de laatste maaltijd van Jezus voor zijn kruisiging. "En Hij nam het brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: 'Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doet dit telkens opnieuw om Mij te gedenken'. Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en zei: 'Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt'." (Lucas 22:19-20)
Johanneskirche in Saalfeld, Thüringen Oost-Duitsland (Foto:Z.v.d.Wilt)